De gebitselementen

Een normaal paardengebit bestaat in ieder geval uit 12 snijtanden (6 boven en 6 onder), 12 premolaren (6 boven en 6 onder) en 12 molaren (wederom 6 boven en 6 onder). De premolaren zijn de voorste kiezen. Premolaren en snijtanden worden 1 keer in het leven gewisseld. Bij het jonge paard zijn er dus melk-snijtanden en melk-premolaren aanwezig voordat de permanente snijtanden en permanente premolaren doorkomen. Molaren zijn de kiezen die nooit zullen wisselen. Bij het jonge paard zijn deze nog niet aanwezig, en als ze eenmaal doorbreken zijn ze blijvend (permanent).

Naast deze snijtanden en kiezen, kunnen ook nog hoektanden (zogenaamde hengstentanden) en/of wolfskiesjes voorkomen. De hoektanden komen voornamelijk voor bij mannelijke dieren, daarom worden ze ook wel hengstentanden genoemd. Merries kunnen ook hoektanden krijgen, maar deze blijven dan meestal kleiner dan bij hengsten of ruinen. 
Wolfskiesjes komen zowel bij mannelijke als vrouwelijke dieren voor en zitten meestal in de bovenkaak, maar kunnen soms ook in de onderkaak voorkomen. Wolfskiesjes zijn overblijfselen van wat ooit de eerste kiezen waren. Ze zitten dan ook vaak direct tegen of vlakbij de eerste functionele kies. De functie van deze kiezen is verloren gegaan, en bij veel paarden zullen ze helemaal nooit meer doorkomen. Zijn ze echter wel aanwezig, dan kunnen ze problemen geven bij gebruik van een bit. Daarom kunnen ze dan ook het beste verwijderd worden.

Al deze gebitselementen vormen samen met het kaakgewricht één geheel. Voor het kauwproces is het van belang dat dit geheel correct in elkaar zit en op elkaar aangesloten is. Een kleine onregelmatigheid in dit geheel kan al zorgen voor grote eetproblemen, of juist voor rijtechnische problemen. Daarom is het belangrijk uw paard regelmatig door een paardentandarts na te laten kijken.

© Hestadent ~ Logo: Rosan de Groot ~ Webdesign: WEN Kunst Webdesign